Steeds meer koppels met vruchtbaarheidsproblemen zoeken naar zekere, veilige en betaalbare behandelingen om zwanger te worden. Dat maakt van de fertiliteit een van de boeiendste en meest innovatieve onderzoeksdomeinen van de geneeskunde.
    Tot een kwart van alle koppels heeft last van vruchtbaarheidsproblemen. En dat aandeel lijkt alleen maar te stijgen. Zeker hier in het Westen, waar mensen steeds later trouwen en aan kinderen beginnen.

    Gelukkig betekent dat níét dat die koppels geen kinderen kunnen krijgen. Geassisteerde voortplantingstechnieken (ART) zoals in-vitrofertilisatie (IVF) en intracytoplasmatische sperma-injecties (ICSI) bieden een oplossing voor vele vruchtbaarheidsproblemen.

    In het jaar 2000 kozen een half miljoen koppels voor zo’n ART-behandeling, waarvan 300.000 in Europa. En dat aantal zal waarschijnlijk jaar na jaar blijven stijgen.

    Ferring draagt al meer dan tien jaar lang zijn steentje bij door geassisteerde vruchtbaarheidsprogramma’s te verbeteren. Hoe? Door doeltreffende producten te ontwikkelen met een degelijke reputatie inzake veiligheid en kwaliteit.

    Maar onvruchtbaarheid is niet alleen een lichamelijk probleem. Zelfs als een geassisteerde voortplantingstechniek lukt, kunnen de onvruchtbaarheid en de behandeling zwaar wegen op de koppels. En soms blijkt het ook na verschillende ART-behandelingen onmogelijk om zwanger te worden. Dan moet een koppel de alternatieven grondig bestuderen en bespreken.

    Een koppel is waarschijnlijk onvruchtbaar als de vrouw nog niet zwanger is na één jaar onbeschermde seks. Bij jonge koppels stelt de arts vaak voor om pas na twee jaar een behandeling te starten. Is de vrouw ouder dan 35 of heeft ze een medische aandoening, zoals diabetes? Dan wacht men meestal niet langer dan zes maanden.

    Bij 40 procent van de koppels die hulp zoeken, heeft de vrouw een verminderde vruchtbaarheid, bij zowat 30 procent ligt het probleem bij de man, en in 15 tot 30 procent bij beide partners. Bij de resterende koppels was de oorzaak onvindbaar.

    Toch zoekt nog maar één op de zes onvruchtbare koppels naar alternatieve manieren om zwanger te worden. Terwijl de wetenschap de voorbije veertig jaar enorme stappen vooruitzette. Het slaagpercentage van geassisteerde voortplantingstechnieken (ART) ligt nu zelfs hoger dan dat van natuurlijke zwangerschap bij de meeste vruchtbare koppels.

    Wel is ART vaak pas succesvol na meerdere pogingen, omdat er zoveel complexe en gevoelige processen meespelen. Denk maar aan de productie van eicellen en spermacellen. En aan de bevruchting en de inplanting in de baarmoeder. 

    Hoe vroeger u dus een behandeling kunt starten, hoe groter de kans dat het vroeg of laat lukt.