Slokdarmspataders of slokdarmvarices ontstaan aan de binnenkant van de slokdarm – meestal door een chronische leveraandoening.
    Bevinden de spataders zich onderaan in de slokdarm of aan de overgang naar de maag? Dan krijgen ze geen ondersteuning van ander weefsel. Klimt de bloeddruk vervolgens te hoog? Dan kunnen ze scheuren.
    Meestal ligt een chronische leverziekte aan de basis. Zo krijgt 90 procent van de patiënten met leververvetting binnen tien jaar last van slokdarm- of maagvarices.

    Beschadigd en verhard leverweefsel bemoeilijkt de bloedtoevoer naar de lever. Daardoor stijgt de bloeddruk in de aanvoerende bloedvaten en zoekt het bloed alternatieve routes langs de lever. Meestal via aders die helemaal niet bedoeld zijn om zoveel bloed onder hoge druk te vervoeren.

    Die kwetsbare en minder buigzame aders vervormen dan tot spataders. Ze worden steeds breder, dunner en brozer. En af en toe scheuren ze, waardoor ze gaan bloeden.

    Soms gaat het om enkele druppels, maar ook een levensbedreigende bloeduitstorting is mogelijk. Gelukkig dringen de nieuwste behandelingen het overlijdensrisico terug tot ongeveer 20 procent.

    De bron van het probleem, een leveraandoening, ontstaat op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door chronisch alcoholgebruik, infectie, vergiftiging, hartbeklemming of een auto-immuunziekte.

    Toch krijgt niet iedere patiënt met een leverziekte spataders. En niet alle spataders scheuren. Bij kleine varices is die kans bijvoorbeeld … klein. Al groeien ze soms wél uit tot grote spataders.

    Een bloedende slokdarmspatader is altijd een noodgeval. Hoe sneller een arts kan ingrijpen, hoe beter. Vaak combineert hij dan verschillende behandelingen.

    Vasoactieve geneesmiddelen vernauwen de bloedvaten in de interne organen. Hierdoor wordt er minder bloed naar de lever gestuwd: de bloeddruk in de leverpoortader daalt. Waardoor op zijn beurt de druk op de spataders afneemt. Resultaat? De kans op bloeding neemt af, en de kans op lever- of nierfalen verkleint.

    Daarnaast heeft een arts keuze uit allerlei ondersteunende behandelingen, zoals transfusie van bloed en plasma-eiwitten (albumine). Die houden de bloeddruk en de hoeveelheid bloed op peil waardoor de nieren en de lever blijven werken.

    Soms brengt de arts een leeg ballonnetje via een buisje in de slokdarm en maag. Door dat op te blazen, oefent hij druk uit op de spataders waardoor de bloeding wordt afgeremd.

    Vaak is een minimaal invasieve operatie toch aangewezen. Dan brengt de chirurg meestal een TIPS aan: een transjugulaire, intrahepatische, portosystemische shunt. Dat is een metalen buis of stent die het bloed in de lever deels afleidt naar andere aders (het CAVA-systeem). Zo daalt de bloeddruk en herstelt de normale bloeddoorstroming zich. Een vergelijkbare techniek helpt trouwens patiënten met vernauwde hartslagaders.

    In uitzonderlijke gevallen van levercirrose is een transplantatie de enige uitweg.

    Het risico op een bloeding beperken kan met bètablokkers. Die verlagen de druk in de spataders, en verminderen zo de kans op een bloeding.